You are here

Ziektebestrijding in bieten

Bietenoppervlakte

In België varieert de bietenoppervlakte tussen 50.000 ha en 60.000 ha.  

Oogstverlies

De bietenoogst varieert tussen 75 à 100 T/ha (14-18% suiker), afhankelijk van de jaren.

Opbrengstverlies

Er kan tot 20% van de opbrengst verloren gaan aan bladvlekkenziekte als het perceel niet beschermd is. 

In welke mate beïnvloeden bladziekten de mogelijke opbrengst van de teelt?

De ontwikkeling van verschillende bladziekten in de bietenteelten leidt onvermijdelijk tot een vermindering van de oogst en de kwaliteit van de bieten. Dit kan verklaard worden door verschillende factoren.  Een eerste belangrijke factor die een grote invloed heeft op de opbrengst is een vermindering van de fotosynthetische oppervlakte door de aanwezigheid van necrotische vlekken. De plant kan het verlies van bladeren gaan compenseren door nieuwe bladeren aan te maken. Dit zorgt voor nog meer opbrengstverlies. Tot slot kan ook de  kwaliteit van de bieten aangetast worden. Het transport van voedingsstoffen en afvalstoffen (aminozuren, natrium, kalium) van de wortels naar de bladeren wordt eveneens verstoord door schimmelinfecties. 

Welke landbouwkundige maatregelen kunnen genomen worden om de schade veroorzaakt door de ziektes te beperken?

  • Een wisselteelt van ten minste 3 jaar tussen twee bietenteelten. Sporen van bladvlekkenziekte en ramularia overleven immers ten minste 3 jaar in de bodem.
  • Indien mogelijk, de aangetaste bladeren verwijderen uit de voorziene stockagezone om de kans op besmetting van de volgende bietenteelt te verminderen. Daarnaast ook alle afval verwijderen nadat de hopen naar de suikerraffinaderijen gebracht zijn. De foto hieronder toont de plaats aan van een hoop het jaar voorafgaand aan de teelt.
  • Diepploegen stimuleert de ontwikkeling van de schimmels, die geen gastplant vinden en dus niet kunnen overleven. Je kiest dus beter voor omploegen dan niet omploegen.
  • Je kiest ook beter voor resistentere bietensoorten bij een verhoogd risico. 
  • Gebruik niet te veel stikstofhoudende meststoffen.

  

Hoe kan je resistentie tegen fungiciden vermijden in de bietenteelten?

Om resistentie te vermijden, adviseren wij het volgende:

  • De producten op tijd inzetten (preventief). Curatieve behandelingen te vermijden.
  • De periode tussen de behandelingen te respecteren
  • De actieve bestanddelen afwisselen (FRAC)
  • De rotatie zo ruim mogelijk nemen, gebruik maken van verschillende tussenteelten. Schimmels kunnen immers tot 3 jaar lang overleven op plantenresten of organisch materiaal.

Na de oogst de bietenresten zo snel als mogelijk inwerken.

Hoe kan je resistentie tegen fungiciden vermijden in de bietenteelten?

Om resistentie te vermijden, adviseren wij het volgende:

  • De producten op tijd inzetten (preventief). Curatieve behandelingen te vermijden.
  • De periode tussen de behandelingen te respecteren
  • De actieve bestanddelen afwisselen (FRAC)
  • De rotatie zo ruim mogelijk nemen, gebruik maken van verschillende tussenteelten. Schimmels kunnen immers tot 3 jaar lang overleven op plantenresten of organisch materiaal.

Na de oogst de bietenresten zo snel als mogelijk inwerken.

Wat zijn de behandelingsdrempels tegen de verschillende bladziekten?

De behandelingsdrempels voor de eerste behandeling tegen bladziekten in de bietenteelt zijn relatief laag daar de producten eerder preventief worden toegepast. Bladvlekkenziekte kan zich zeer snel verspreiden over het perceel en grote schade aanrichten.

Het is aangewezen de percelen regelmatig te inspecteren om de besmettingsgraad te controleren. Wanneer een behandelingsdrempel overschreden is (zie hieronder), is een eerste bespuiting sterk aanbevolen. Een 2de behandeling wordt 3 weken na de eerste behandeling geadviseerd.

De weersomstandigheden van het seizoen hebben een belangrijke invloed op de ontwikkeling van de verschillende bladziekten.

Cercospora ontwikkelt zich het best bij warme temperaturen (25-30°C), met wat regen of vocht en bij een verhoogde luchtvochtigheid.

Ramularia ontwikkelt in vochtige en frisse omstandigheden (bij een ideale temperatuur van 17 °C).

Roest ontwikkelt zich bijzonder goed in vochtige periodes en bij temperaturen tussen 15 en 22 °C.

Meeldauw daarentegen houdt van droog weer, frisse nachten met dauw en temperaturen van 20-25°C overdag.