Stigmina carpophila | Syngenta Belgie

You are here

Stigmina carpophila

(Anamorfe Fungi)

[Hagelschotziekte]

Levenswijze

De schimmel overwintert in geïnfecteerde knoppen. In natte wintermaanden sporuleert de schimmel op deze knoppen en op aangetaste plekken van het vorige seizoen op twijgen. De conidiën komen vrij door water en vrije conidiën kunnen maanden lang vitaal blijven op de planten. Voor infectie van twijgen is 24 uur water nodig, maar omdat de sporen zo lang kunnen overleven, kunnen ze ook na lange tijd nog de plant infecteren. Sporenkieming treedt op vanaf 1 oC en infectie kan ook optreden bij lage temperaturen. De incubatietijd is tussen 5 en 14 dagen.

Waardplanten

Abrikoos (Prunus armeniaca), nectarine (Prunus persica var. nucipersica), perzik (Prunus persica), pruim (Prunus domestica spp. domestica), sierprunus (Prunus spp.), zoete kers (Prunus avium), zure kers (Prunus cerasus)

Symptomen

In de winter worden knoppen aangetast, die vervolgens afsterven en soms bedekt zijn met een soort gom. Op de bladeren en vruchten ontstaan eerst kleine paarse vlekken die uitgroeien tot bruine vlekken met een diameter van 3 -10 mm. Op fruit worden de plekken kurkachtig en ruw. Op bladeren valt het midden er uit onder warme omstandigheden. Soms ontstaan plekken op stengels.

Omstandigheden

De sporen kunnen nog kiemen bij 1 oC. Myceliumgroei verloopt het snelst bij 15-20 oC maar treedt op bij alle temperaturen tussen 4 en 30 oC.

Teeltmaatregelen

Aangetast materiaal wegsnoeien
Oppassen met beregenen