De belangrijkste vijanden van gerst
De bladluis, drager van de dwergvergelingsziekte (Rhopalosiphum padi)
Hoe te herkennen?
Deze bladluis is 1,5 à 2 mm groot, donkergroen gekleurd met een roodbruine zone op het achterlijf.
Les dégâts
C’est le principal vecteur du virus BYDV, responsable de la jaunisse nanisante de l'orge (JNO) : à la sortie de l’hiver, décoloration des extrémités des feuilles (jaunissement pour l’orge, rougissement pour le blé et l’avoine). Les dégâts sont particulièrement sensibles en cas d’année humide : il y a alors mauvaise nutrition des épis et chute du rendement et de la qualité (nombre de grains/épi faible).
Profylactische maatregelen
Respecteer de waarschuwingen en de behandelingsdrempels. De behandelingsdrempel tegen bladluizen is bereikt als 10% van de planten bladluizen dragen. Zaai niet te vroeg
Engelse graanluis (Sitobion avenae)
Hoe te herkennen?
Deze bladluis is 2 à 3 mm groot, met een lichtgroene tot donkerbruine kleur.
De schade
Profylactische maatregelen
Rozenkorrelluis (Metopolophium dirhodum)
Hoe te herkennen?
Hij is ongeveer 2 mm groot, groen-geel gekleurd.
De schade
Profylactische maatregelen
Oranje gerstgalmug (Sitodiplosis mosellana)
Hoe te herkennen?
Ei: 1 mm, wit
Larve: 2-3 mm, geel-oranje
Volwassen: 2-3 mm, geel-oranje, bruinige poten
De schade
De larven voeden zich ten koste van het graan. Het graan komt tot rijping, maar de grootte ervan alsook de kwaliteit ervan zijn sterk verminderd (vermindering van het gewicht per duizend granen alsook een verminderde kiemkracht). Een aanval van gemiddeld 15 larven per tarweaar kan de oogst met 4 q/ha doen verminderen.