"Alleen wie op tijd krachtig begon, hield de meeldauw beheersbaar.”
Na een relatief lastige start kregen de uien eind juni de smaak te pakken en zetten een groeispurt in. Helaas deed de valse meeldauw ongeveer tegelijkertijd hetzelfde. Tim Dheygere zag dat alleen telers die al in juni waren begonnen met bespuitingen de meeldauw goed wisten te beheersen. Tijd voor een terugblik.
“Ik verwacht dit jaar grote variaties in opbrengst.” Tim Dheygere geeft meteen maar een schot voor de boeg. “Gedurende het seizoen kon je percelen zien die nog groen als gras stonden en flinke groeipotentie hadden, maar er waren helaas ook percelen die helemaal onder de valse meeldauw liepen. Als je dat in de belangrijke groeiperiode van half juli tot eind augustus gebeurt, mis je zomaar 15 tot 20 ton.”
Vroeg beginnen essentieel
Terugblikkend op het seizoen kan de gewasbeschermingsadviseur van Syngenta goed reconstrureren hoe de valse meeldauw dit seizoen zo om zich heen kon slaan. “Rond de langste dag waren veel percelen zaaiuien nog maar 10 tot 15 cm groot en hadden de uien 3 maximaal 4 pijpjes. Niet het stadium waarin de uientelers gewend zijn om al met fungicidebespuitingen te beginnen. De uien groeiden matig maar waren al wel aan het bollen en daardoor relatief vatbaar. Bovendien moet er toen al valse meeldauw zijn geweest, waarschijnlijk uit plantuien. En toen het gewas eind juni, begin juli door de hogere temperaturen aan z’n groeispurt begon, konden veel telers niet rijden door de vele neerslag. De telers die in de tweede helft van juni wel begonnen met spuiten wisten de meeldauw in de meeste gevallen goed te beheersen. Maar op veel percelen bleef men achter de feiten aanlopen en het aantal uienpercelen dat helemaal vrij is gebleven van de schimmelziekte is bij wijze van spreken op de vingers van 1 hand te tellen. ”Ook in onze eigen fungicideproef op proefstation Viaverda zag Tim dat vroeg beginnen essentiel was. Het onbehandelde object dat op 25/07 er nog volledig groen bijstond, was 3 weken later niet meer te herkennen. Loof volledig afgestorven door valse meeldauw. Gelukkig gaven de objecten met Orondis Plus Ortiva + uitvloeier voldoende bescherming om de uien tot het einde van de teelt te loodsen.”
2025 wordt niet eenvoudiger
Het advies om vroeg en preventief te beginnen met bespuitingen tegen valse meeldauw heeft dit jaar dus eens te meer z’n waarde bewezen, vervolgt Dheygere. “Ik hoop en verwacht dat telers zich realiseren dat het vervroegde afsterven van veel percelen te wijten is geweest aan de valse meeldauw en niet aan een natuurlijk proces. En daarom ga ik er van uit dat telers volgend jaar meer op hun hoede zullen zijn.” Volgend jaar zal de bestrijding van valse meeldauw er overigens niet eenvoudiger op worden, waarschuwt de Syngenta-adviseur. “Een aantal middelen hebben afgelopen jaar hun erkenning verloren waardoor er voor seizoen 2025 minder middelen beschikbaar zullen zijn. Er zitten nog wel nieuwe middelen in de pijplijn en als die er komen hebben we waarschijnlijk net genoeg toepassingen voor een seizoen van normale lengte. Maar het wordt weer passen en meten.”
Positionering Orondis plus Ortiva + uitvloeier
Een bewezen middel dat volgend jaar blijft is Orondis plus Ortiva + uitvloeier. “Dat is in proeven nog steeds de sterkste combinatie”, weet Dheygere. “ Qua positionering kan Orondis Plus Ortiva + uitvloeier de eerste keer perfect ingezet worden op de 1e of de 2de toepassing, dit afhankelijk van het seizoen. Als je dan preventief bent start je met een heel sterke combinatie en geef je valse meeldauw geen kans. Als je dan nog twee keer met Orondis Plus Ortiva terugkeert telkens afgewisseld met een ander middel combineer je het maximale aantal toepassingen en profiteer je op cruciale momenten van de werking op valse meeldauw, bladvlekkenziekte en stemphylium. Want al die schimmels zijn elk jaar sluimerend aanwezig maar je weet nooit van tevoren welke de kop zal opsteken.”