Geïntegreerde bemestingsaanpak geeft nieuwe inzichten in de strijd tegen luizen
Een lagere stikstofgift kan een plant minder aantrekkelijk maken voor luizen. Dit bekende gegeven past binnen een geïntegreerde aanpak van de teelt (ICM). Recent onderzoek met CEPACET® laat zien dat zo'n lagere stikstofgift niet automatisch hoeft te leiden tot opbrengstverlies. Syngenta onderzoekt deze mogelijkheden onder andere in sla.
"Wetenschappelijk onderzoek wijst op een positief verband tussen het nitraatgehalte in het blad en de aantrekkelijkheid voor zuigende insecten zoals trips en luis," legt Ties Berkers, technisch productadviseur biologische producten bij Syngenta, uit. "Een lager nitraatgehalte in het blad maakt het gewas minder aantrekkelijk.en ophoping van nitraat kan worden bereikt met een lagere stikstofgift. Algemeen wordt aangenomen dat het verlagen van de stikstofgift zal leiden tot opbrengstverlies. Echter, met het steeds smaller wordende gewasbeschermingsmiddelenpakket is het belangrijk om alle mogelijke strategieën te onderzoeken. Uit proeven met onze biostimulant CEPACET® blijkt dat een verlaagde stikstofgift effectief kan worden gecompenseerd."
Stikstof uit de lucht
De biostimulant, die Syngenta sinds vorig jaar aanbiedt, kan fosfaat uit de bodem en stikstof uit de lucht beschikbaar maken voor de plant. "In proeven zagen we dat deze biostimulant een verlaagde stikstofgift van 50 kilo in sla kon compenseren," vertelt Berkers. (zie fig 1) "Dit biedt niet alleen voordelen voor telers in NV-gebieden, maar past ook perfect in een geïntegreerde teeltaanpak. Door deze compensatie kunnen telers een lagere stikstofgift toepassen zonder opbrengstverlies. Een lagere stikstofgift leidt vervolgens vaak tot een lager nitraatgehalte in het blad, waardoor de populatieontwikkeling van bijvoorbeeld bladluizen wordt vertraagd. We zagen in verschillende gewassen een verlaagd nitraatgehalte, in vergelijking met de standaard bemesting, wanneer Cepacet werd gecombineerd met een lagere stikstofgift." Berkers voegt daar bovendien nog aan toe dat de bacteriën in Cepacet de stikstof uit de lucht direct omzetten in ammonium.
In de plant wordt de stikstof dus meteen in de juiste vorm geleverd. Ideaal voor een vlotte productie.
Proef 2025 België: Gemiddeld kropgewicht. Cepacet werd toegediend als plantbakbehandeling, dosis 20 ml/1000 planten
KADER: De werking van CEPACET®
In deze biostimulant zitten twee verschillende bacteriestammen en een algenextract. De Bacillus megaterium CECT 9689 is gespecialiseerd in het vrijmaken van fosfaat uit de bodemvoorraad en kan dat direct beschikbaar stellen aan de plant. De bacterie Azotobacter salinestris CECT 9690 kan met behulp van het enzym nitrogenase stikstof uit de lucht (N2) omzetten in ammonium (NH4+); dat is de stikstofvorm die de plant direct kan gebruiken voor de vorming van aminozuren. Aminozuren zijn de bouwstenen voor eiwitten. De bacteriën kunnen ook andere nutriënten (kalium, ijzer en silicium) beter beschikbaar maken voor de plant en stimuleren tevens de wortelgroei. Het bevat daarnaast een algenextract dat de vestiging van de bacteriën ondersteunt. Voor een goede werking moet CEPACET® in de omgeving van de wortels worden aangebracht.