You are here

Onkruidmanagement in maïs

Maïsoppervlakte

 

In België varieert de maïsoppervlakte van jaar tot jaar, gaande van 220.000 tot 240.000 ha. 

Zaadproductie

Het meest voorkomende onkruid dat we tussen maïs aantreffen, kan heel wat zaden produceren: van minder dan 100 zaden (kleefkruid, ereprijs...) tot meer dan 20.000 zaden (amarant, kamille...) per plant.

Maximale levensduur van de zaden

De zaden van sommige soorten kunnen gedurende een lange periode overleven zonder te kiemen: van 10-20 jaar (kamille, vossenstaart...) tot meer dan 50 jaar (amarant, ganzenvoet, pimpernel...).   

Onkruidmanagement in maïs

Het onkruid is een serieuze tegenstander voor de maïs: het neemt water, voedingsstoffen en licht af van de maïsteelt. Hoe kan je zeker zijn van een uitstekende oogst? Door tijdig doeltreffende middelen in te zetten om het onkruid te bestrijden. Maïs is zeer gevoelig voor onkruid, en dat vooral tot het stadium van 12 bladeren of minder. Het spreekt voor zich dat het beter is het onkruid geen enkele kans te gunnen zodat het de plantage niet verder blijft teisteren.

Preventieve maatregelen om onkruid te beperken en het onkruidbestrijdingsschema te optimaliseren

Om onkruidbestrijding in maïsplantages te verbeteren en te optimaliseren, bestaan er verschillende agronomische actiemiddelen. Zij beperken de zaadopslag in de bodem en optimaliseren de doeltreffendheid van de onkruidverdelgingsmiddelen, zonder dat de plantage achterstand oploopt ten opzichte van het onkruid.

Preventieve maatregelen om onkruid te beperken en het onkruidbestrijdingsschema te optimaliseren

Om onkruidbestrijding in maïsplantages te verbeteren en te optimaliseren, bestaan er verschillende agronomische actiemiddelen. Zij beperken de zaadopslag in de bodem en optimaliseren de doeltreffendheid van de onkruidverdelgingsmiddelen, zonder dat de plantage achterstand oploopt ten opzichte van het onkruid.

Dankzij het bewerken van de bovenste grondlaag, kan er met een vals zaaibed onkruid naar boven worden gebracht dat reeds verwijderd kan worden voor de maïs wordt gezaaid. Deze techniek is doeltreffend tegen het grootste deel van het onkruid, met uitzondering van enkele dicotylen (amarant, nachtschade...) of de seizoengebonden grassen die slechts in bepaalde periodes voorkomen.

Een verschuiving van de zaaidatum kan soms ook de druk van het onkruid op de maïs verminderen zodat die sneller kan groeien.  De onkruidverdelgingsmiddelen kunnen op die manier optimaal ingezet worden. Het grootste gevaar dat gepaard gaat met een te late zaaidatum is een vermindering van de mogelijke oogst. Er moet getracht worden een zo goed mogelijk evenwicht te vinden.

Het omploegen blijft een doeltreffend middel dat alleen een effect heeft op de seizoengebonden grassen, raaigras of dravik. Omploegen heeft echter zo goed als geen invloed op dicotylen.
Onkruid zo weinig mogelijk ruimte en licht geven kan de ontwikkeling ervan tegengaan. Hoewel maïs niet meteen een echt dekkende teelt is, kunnen bepaalde keuzes toch een invloed hebben op de ruimte die de maïs in beslag neemt: je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een meer dekkende variëteit, een grotere zaaidichtheid of een kleinere ruimte tussen de...

Wieden voor opkomst

Sommige onkruid kan moeilijk verdelgd worden na opkomst. Dat is bijvoorbeeld het geval voor vingergras. Laattijdig ingrijpen na opkomst geeft doorgaans geen goede resultaten. De voornaamste oplossingen zijn vooral gericht voor opkomst en werken in op de kiemende zaden.

Of een behandeling voor opkomst al dan niet slaagt, hangt af van verschillende factoren. De grond moet voldoende vochtig zijn voor een optimale werking van de producten. De doeltreffendheid van de onkruidverdelgingsmiddelen is vooral afhankelijk van een goede opname van de moleculen door de bodem. Deze oplosbaarheid is typisch voor iedere molecule. Een goede voorbereiding van de fijne grond is eveneens onontbeerlijk voor een goede verdeling van de oplossing over het bodemoppervlak. Een goede inzaaiing op een goede diepte vermijdt eveneens de selectiviteitsproblemen. Tot slot speelt ook het gehalte aan organisch materiaal en klei een belangrijke rol voor een succesvolle behandeling voor opkomst.

Syngenta stelt twee oplossingen voor opkomst voor op basis van S-metolachloor: Dual Gold / Lecar / Codal (S-metolachloor) en Camix (mesotrione + S-metolachloor).

Wieden na opkomst

Wat mag je verwachten van een onkruidverdelgingsbehandeling na opkomst?

  • Een perfecte selectiviteit voor de maïs
  • Een snelle werking
  • Gemakkelijk in gebruik
  • Kostenbesparend
  • En vooral, een proper perceel na slechts één behandeling, en dat tot de oogst

Voor een succesvolle behandeling na opkomst, is een vroegtijdige behandeling altijd interessanter dan een laattijdige behandeling. Dicotylen en grassen zijn dan immers nog kleiner en gemakkelijker in te dijken. Het risico dat ze de maïs zullen aantasten, is dan ook nog kleiner.

Het verdelgingsschema kan je gemakkelijk afstemmen op de aanwezigheid van de flora op het perceel en de besmettingsgraad.

Triketone

Iedere behandeling na opkomst is gebaseerd op een triketone, al dan niet geassocieerd, in functie van de flora aanwezig op het perceel. Dankzij deze basis is de behandeling doeltreffend tegen een breed spectrum van dicotylen alsook bepaalde hardnekkige dicotylen en seizoengebonden grassen. Callisto® bevat mesotrione, triketone met een langdurige nawerking alsook een doeltreffende contactwerking, dankzij zijn drievoudige werking. Op de percelen zonder beperkingen, kan de mesotrione ook samen gebruikt worden met terbutylazine om de doeltreffendheid en inwerking kracht bij te zetten, zoals het geval is bij het gebruik van Calaris®. 

Langdurige wortelwerking

Tot slot, zorgt een onkruidverdelgingsmiddel met langdurige wortelwerking voor een proper perceel tot de oogst door het seizoengebonden onkruid stelselmatig aan te pakken. S-metolachloor, dat reeds vele jaren bekend is, is hier perfect geschikt voor. 

Combinatie van basismiddelen

Sommige oplossingen combineren deze beide basismiddelen voor onkruidverdelging in maïsplantages, zoals Camix®.

Bestrijdingsmiddel tegen grassen

Daarnaast is het gebruik van een specifiek bestrijdingsmiddel tegen grassen op basis van een breedspectrum-sulfonylureumderivaat aangewezen in geval van aanwezigheid van specifieke grassen (naaldaren, kweek, raaigras...). Syngenta beveelt daarom Elumis® aan, dat zowel mesotrione als nicosulfuron bevat.

Hardnekkige dicotylen

Tot slot is het bij aanwezigheid van hardnekkige dicotylen (kamille, duizendknopen...) vaak ook aangewezen specifieke en krachtige dicotylenmiddelen in te zetten, zoals Peak en Casper. Hoewel dicotylen moeilijker te bestrijden zijn in latere stadia, zijn ze onderhevig aan seizoengebonden fases.