Witte kooltelers aan het woord

Hendrik Cloet zweert trouw aan Prodikos

De voordelen overstijgen ruimschoots de nadelen

“Prodikos!” Hendrik Cloet, Meulebeke, laat er geen twijfel over bestaan. Voor hem is Prodikos hét ras bij uitstek. Eén derde van zijn areaal bestaat uit kool, de rest is prei en knolselder. Maar wat kolen betreft, steekt hij het niet onder stoelen of banken. Prodikos presteert op zijn veld en de regen van de afgelopen maanden heeft daar niks aan veranderd.

Hendrik Cloet, witte koolteler
“Het is een bijzonder gelijkmatig, uniform gewas”, vertrouwt hij ons toe. “Bovendien groeit hij relatief snel en bewaart hij langer.” Dat laatste is niet niks als argument. Een kool die kwalitatief én mooi uit de koelcel komt, doet het immers goed op de versmarkt en daar is het toch om te doen.

Hendrik neemt ons mee naar het veld om hét bewijs te leveren. “Kijk en zie dat wat ik zeg niks overdreven is.” Het veld ligt er schitterend bij, daar heeft hij alleszins gelijk in. En de kolen ogen bijzonder gezond. “Prodikos is dit jaar laat geplant, nl. op 11 juni. Afhankelijk van het weer in het najaar oogsten we deze begin november. Ze staan dit jaar op 60-50 in de rij omdat we wat later geplant hebben. Normaal zetten we ze op 60-40. Én ze doen het uitstekend. Geen last van knolvoet, geen thrips. Gewoon perfect.”

Hendrik nuanceert toch enigszins. “Ach, ik zeg wel perfect, maar u weet : de perfectie bestaat nergens en dus ook niet in koolrassen. Maar wat wel een feit is, is dat Prodikos als ras, echt wel de perfectie nastreeft. Om kort te zijn : de voordelen die Prodikos biedt, overstijgen ruimschoots mogelijke nadelen. Prodikos doet het trouwens ook zeer goed wat thrips en ziektes betreft. Dus ik mag niet klagen.”

Van knolvoet heeft Hendrik nog weinig last. “Kijk, ik sluit niet uit dat we daar ooit last van krijgen. Ik hoor van collega’s hier uit de streek dat de ziekte wel oprukt, maar uiteraard moeten we door rotatie ook één en ander voorkomen. Anderzijds weet ik dat Syngenta goede rassen heeft, en allicht nog in de pijplijn, die knolvoetresistent zijn. Ik maak me daar dus nog niet te veel zorgen om. Maar je weet wat ze zeggen over voorkomen ...”

Hendrik waadt nog even door zijn veld en controleert zijn gewas. Hij lijkt er even bij weg te dromen. Maar al gauw komt hij op zijn stappen terug. Of we hem een ervaringsdeskundige mogen noemen. “Ach”, reageert hij enigszins bescheiden. Ik ben mijn bedrijf in 1981 begonnen, dus ik mag wel wat ervaring op mijn conto schrijven. En ik heb al wel wat rassen geteeld. Maar Prodikos behoort toch tot één van de betere en biedt een vrij hoge oogstzekerheid. Bovendien laten de rassen van Syngenta zich makkelijk oogsten én schoonmaken, zo wist ook Hendrik’s vrouw Annie ons eveneens te overtuigen. En als de bewaring dan nog eens goed is, zoals bij Prodikos, dan weegt een stijgende energiefactuur minder zwaar door. Energie is vandaag immers een zware kost. En verlies in productie vermijden door het juiste ras te zetten, wat ook nog eens snel marktklaar gemaakt wordt, kan die kostprijs enigszins temperen.

Bart Roose bouwt stevig groentebedrijf uit en kiest resoluut voor rassen van Syngenta

Iedereen wint erbij

Bart Roose en zijn vrouw Nathalie ogen jong en zijn dat ook. Ze staan nu een paar jaar aan het roer van hun bedrijf, dat wel van generaties doorgegeven is. In korte tijd hebben ze zich wel opgewerkt tot één van de grotere groentetelers uit het land. Kolen nemen de belangrijkste plaats in het productieschema in, zowel rode als witte, maar de witte hebben het overwicht met driekwart van het totale kolenareaal. Bart heeft drie rassen van Syngenta : Factor, Zenon en Storidor. Over alle drie is hij razend enthousiast.

Bart Roose, witte koolteler
“De groeikracht is enorm”, begint hij zijn betoog. “Geen dag lijkt de kool hetzelfde te blijven. Je ziet ze bijna groeien. Bovendien zijn ze ook gezond en niet zo onderhevig aan ziektes.” Knolvoet is niet meteen aan de orde. “Toch niet op de velden in onze rotatie. Ik heb wel net een nieuw perceel in pacht genomen en wat ik niet wist, was dat er een tijd terug spruiten op hebben gestaan. En door de toenemende druk van knolvoet in de regio, zal ik volgend jaar wel een resistent ras zetten.”

Bart neemt ons mee naar zijn veld om het resultaat te bekijken en om aan te tonen dat de groeikracht echt wel indrukwekkend is. “Wat me wel bevalt aan de rassen van Syngenta, is dat niettegenstaande de snelle groei, het soortelijk gewicht van de kool ook hoog is. Soms gaat dat ten koste van de groeikracht, maar bij de rassen van Syngenta is dat niet het geval.”

Een hoog soortelijk gewicht is belangrijk, stelt Bart nog. “Er is meer vraag naar grote kolen. Kolen van 2,5 kilo en meer worden meer regel dan uitzondering.” In dat verband is de gemakkelijke verwerking van de Syngenta-rassen ook wel een pluspunt. “Ze snijden gewoon veel beter”, geeft Bart aan. “We spreken toch over een minimum tijdswinst van 3 seconden per kool. Reken zelf even uit wat dat scheelt aan werkuren voor een heel veld.” * ... Om nog maar te zwijgen van de ergonomie voor de mensen op het veld.

Een kool die zich makkelijker laat oogsten, zorgt voor tevreden werknemers, en tevreden werknemers zijn een zegen voor de zaakvoerder. Dus iedereen wint erbij en de handel eveneens, want die krijgt zijn grote kolen waar het om vraagt. Voor mij is het duidelijk. Ik blijf de ingeslagen weg voortzetten, samen met Syngenta.”

Ter info : * amper 3 seconden per kool à 40.000 planten/ha = 33 uren minder werk/ha

Jelle en Hans Heyse kiezen voor Syngenta rassen om diverse redenen

Oogstzekerheid is een cruciaal gegeven

Jelle en Hans Heyse uit Vinkt zijn vrij recent begonnen met het telen van kolen. “Zo’n 5 à 6 jaar geleden”, vertelt Jelle ons. “Het was een ideale aanvulling op onze aardbeien. De wintermaanden zijn van nature uit kalme maanden, maar met de teelt van witte kool kunnen we dit gat perfect opvullen”.

Jelle Heyse, witte koolteler
Jelle mag de introductie van kolen op hun bedrijf op zijn naam schrijven. Hij heeft zijn vader kunnen overtuigen nadat hij eerder ook al stage had gelopen bij een collega-teler. “Het geeft ons de gelegenheid om ons bedrijf ook in de winter te laten renderen”, geeft hij toe. Over de rassenkeuze is hij bijzonder duidelijk. “Zenon, Prodikos en Storidor. Deze rassen van Syngenta mogen niet ontbreken op mijn veld. Ze doen wat ze moeten doen. En dat kan niet van alle rassen gezegd worden, zeker niet met zo’n slecht voorjaar.”

Voor Jelle is de uniformiteit van de kool een zeer belangrijk argument ten voordele van deze drie rassen. “Dat en het feit dat er ook minder uitval is. De gelijke doorgroei van de kolen, door hun sterke groeikracht, is zeer opmerkelijk. Niet vergeten dat dat niet vanzelfsprekend is met de hoeveelheid regen die we de afgelopen maanden gekregen hebben. Voor een kool is dat niet meteen de ideale start.”

Die groeikracht is voor Jelle echt wel dé balngrijke eigenschap. “Dat is wel het minste dat je kan zeggen. We hebben de kolen half mei geplant en ze groeien echt als kool (lacht). In een mum van tijd zijn ze op hun gewicht. Je ziet ze bijna groeien met het blote oog.”

De hevige regenval van de afgelopen voorjaar geeft Jelle wel stof tot nadenken. “We zien dat we wel wat moeten ondernemen tegen knolvoet. Dus naar volgend jaar kijken we toch al naar rassen van Syngenta, zoals Kilazol en Kilaton, die knolvoetresistent zijn. Het weer kunnen we immers niet voorspellen, maar als we op oogstzekerheid willen spelen, zal dat toch de investering meer dan waard zijn.

Ziektes zoveel mogelijk uitsluiten is een permanent gegeven. En op dat vlak zijn de rassen van Syngenta wel beresterk. Neem nu thrips. Storidor en Prodikos weten zich daar goed tegen te weren. En komt er nog eens bij dat alle rassen van Syngenta makkelijker te oogsten zijn. Dat klinkt misschien flauw als argument, maar als je weet dat je per hectare nagenoeg 40.000 kolen moet oogsten, dan is dat argument op ergonomisch vlak meer dan een banaliteit.”

Hubert Boudry heeft het ergste kunnen voorkomen

Syngenta is een voorloper in de rassenveredeling van kolen

Hubert Boudry haalt opgelucht adem na een slecht voorjaar. Met de knolvoetresistente rassen van Syngenta heeft hij erger voorkomen. “Bijna een vijfde van ons areaal bestaat uit kolen.” Hubert Boudry stelt de zaken scherp en maakt duidelijk dat aardappelen de hoofdteelt vormen, gevolgd door prei en nog wat knolselder. Al geeft hij meteen toe dat prei wel het meest arbeidsintensieve is van zijn bedrijf. Het klaarmaken van de kolen uit de frigo begint pas na 1 juni. “Het liefst hebben we niet te veel zorgen met de kolen”, lacht hij. En wat dat betreft heeft hij toch wel een rampzalig voorjaar achter de rug. “Teveel regen, zeker in deze streek. Op tien dagen tijd hebben we meer dan 200 liter water te verwerken gekregen. De kolen die reeds geplant waren zijn gewoon kapot geregend en de rassen die niet resistent zijn tegen knolvoet, zijn aangetast.”

Hubert Boudry, witte koolteler
Gelukkig heeft Hubert ook een aantal juiste keuzes gemaakt bij de aanvang. “Ik weet immers dat we problemen kunnen hebben met knolvoet dus heb ik zoals steeds, een stevig deel Kilaton en Kilazol gezet. Twee rassen van Syngenta die resistent zijn tegen knolvoet en dat heeft me geen windeieren gelegd. De regen heeft er immers voor gezorgd dat de druk in de velden veel groter was dan de vorige jaren. Dus voor volgend jaar bestaat er geen twijfel over : Ik ga hoofdzakelijk voor nog méér knolvoetresistente rassen.”

Oogstzekerheid is een cruciaal begrip voor Hubert! “Dat is het voor elk bedrijf. Verliezen kan je je niet permitteren. In die zin moet ik toegeven dat Zenon het als niet-resistent ras zeker ook heel goed doet. Akkoord, het is geen knolvoetresistent ras, maar Zenon presteert op mijn velden waar de knolvoetdruk minder is. Zenon groeit zeer snel en is uniform van gewas. De andere rassen, Kilazol en Kilaton, zijn dat ook.”

Ook wat de lange bewaring betreft, is Hubert zeer opgezet met de rassen van Syngenta. “Een goede bewaring geeft ons flexibiliteit in onze marktbenadering. We kunnen alerter inspelen op vraag en aanbod, waardoor we niet meteen ten prooi vallen aan slechte prijzen. Vallen de prijzen tegen, dan houden we de kolen nog wat in stock. Maar daar heb je goede rassen voor nodig, die perfect bewaren. Zeker met de concurrentie uit Centraal-Europa is dat een troef die kan tellen.”

Download hier de complete testimonials en de sluitkoolbrochure 2017!