You are here

Insectencontrole in appels

Fruitmot en rupsen

De bestrijding van rupsen van verschillende vlinders en motten wordt steeds moeilijker. We hebben te maken met rupsen van de vruchtbladroller (Adoxophyes orana), leverkleurige bladroller (Pandemis heparana), appelvouwmijnmot (Phyllonorycter blancardella), appelbladmineermot (Stigmella malella), grote bladroller (Archips podana), rode knopbladroller (Spilonota ocellana) en heggenbladroller (Archips rosana).

De schade veroorzaakt door de fruitmot (Cydia pomonella) komt het meest voor. Aangetaste vruchten zijn herkenbaar aan de boorgaten en gangen, die vol zitten met uitwerpselen. De rups valt op door haar bleekroze kleur. De eieren van de fruitmot worden vanaf mei tot en met augustus afgezet. De rups overwintert door zich in een cocon achter de schors te verschuilen.

Luizen

De verscheidenheid aan bladluizen is in de fruitteelt zeer groot. In de appelteelt komen de volgende luizen voor: de  wollige bloedluis (Eriosoma lanigerum),  roze appelluis (Dysaphis plantaginea) en de appel-grasluis (Rhopalosiphum insertum). Deze luizen kunnen het hele jaar voorkomen en hebben zeer veel generaties.

De roze appelluis tast niet alleen de bladeren en scheuten aan, maar ook de vruchten. Aangetaste vruchten blijven klein, raken misvormd en vallen vroegtijdig af (luizenappeltjes). Wollige bloedluizen zijn bedekt met een watachtige wasafscheiding, waaronder kolonies worden gevormd. Bij aantasting door appelbloedluis ontstaan woekeringen (appelbloedluiskanker) en barsten in het oud hout. Daardoor ontstaan secundaire aantastingen die kunnen leiden tot afsterving.