
Rhizoctonia kan tot 5 jaar in de bodem overleven onder de vorm van scleroten, zelfs bij afwezigheid van waardplanten. Dit betekent ook dat, in geval van aardappelopslag in de volgteelt, de aantastingsgraad op zijn minst in stand wordt gehouden (in dezelfde mate als voor de teelt zelf).
Rhizoctonia zal in de nabije toekomst nog belangrijker worden en dus nog meer schade berokkenen aan de aardappelteelt. De redenen hiervoor zijn:
veel aardappelopslag door de 2 zachte winters in 2007 en 2008;
meer groenbemesters en oppervlakkige grondbewerking geven grotere bescherming tegen de vorst en geeft dus meer opslag;
aanaarden gebeurt meer en meer samen met het planten van de aardappelen, dit geeft eenlangere periode tussen het planten en de opkomst, en dus meer infectiegevaar.
Het is dus belangrijk rekening te houden met de voorgeschiedenis van elk perceel, alsook met de teelttechniek, welke de ontwikkeling, de overleving en de agressiviteit van de scleroten in de grond in sterke mate zullen beïnvloeden.
Door de toepassing van AMISTAR® als grondbehandeling (volleveld of in de rij) beschermt u uw aardappelgewas zowel tegen Rhizoctonia op de knol als in de grond. Een poederbehandeling van de knollen tijdens het planten is hierbij overbodig!
Hoe AMISTAR tegen Rhizoctonia toepassen?
Door een volleveldstoepassing voor het planten: 6 L/Ha AMISTAR.
In de rij, tijdens het planten: 3 L/Ha AMISTAR.
Voor de rijtoepassing is een aangepaste apparatuur noodzakelijk op de pootmachine; de doppen moeten zo afgesteld zijn dat AMISTAR niet de knollen raakt, maar zeer goed de aarde rond de knol.
Om meer over AMISTAR te weten klik hier.








