Men kan drie grote oorzaken van risico van bezoedeling van oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen onderscheiden :
- De drift veroorzaakt door wind;
- Het afvoeren via draineerwater of het afspoelen;
- De puntvervuiling tijdens de voorbereiding van de spuitoplossing.
Eén van deze bestaat erin de bufferzone te respecteren. Een bufferzone is een niet behandelde strook die zich langs oppervlaktewater (beek, vijver, moeras, vochtige gracht, drainagekanaal, ...) uitstrekt.
Het belangrijkste doel van een bufferzone is de waterorganismen te beschermen tegen drift van gewasbeschermingsmiddelen.
De bufferzone is gekenmerkt door haar breedte; dit is de minimum afstand tussen de berm van het wateroppervlak en de laatste dop van het spuittoestel. In België zijn de breedtes van de bufferzones: 2, 5, 10, 20 en 30 m, in functie van het product.
De bufferzones van de producten zijn vermeld op de etiketten. De bufferzones (situatie november 2006) zijn opgenomen in de gids, maar aangezien de evaluatie van de risico's voor waterorganismen nog volop bezig is, zullen deze gegevens in de toekomst zeker nog veranderingen ondergaan.
De toepassing van gewasbeschermingsmiddelen met het grootste gevaar voor waterorganismen is onderworpen aan diverse maatregelen. Het gebruik van een bepaald spuittoestel, van driftreducerende doppen en het aanplanten van hagen zijn hiervan voorbeelden. Bovendien laten meer doeltreffend materiaal en/of het toepassen van specifieke maatregelen toe om de bufferzone te verminderen.
Deze maatregelen zullen geleidelijk opgenomen worden. Ze zullen ook op het etiket vermeld worden.







