- De verdere ontwikkeling van de knollen stopzetten;
- De kwaliteit van de knollen behouden (verharding van de schil bevorderen);
- Het loof en de onkruiden vernietigen en zo de oogst vergemakkelijken;
- De risico's van knolaantasting door de plaag stop te zetten.
Een doeltreffende loofdoding moet volledig zijn: niet alleen de bladeren, maar ook de stengels moeten afgedood worden. Eventueel aanwezige onkruiden dienen bestreden te worden. Tijdens de loofdodingsperiode kunnen de weersomstandigheden heel wisselvallig zijn. Bij de keuze van het loofdodingsmiddel houdt men dan ook rekening met de werkingssnelheid ervan. Wanneer de loofdoding te traag gebeurt, zijn de risico's van knolaantasting door de plaag groter.








