Ziektebestrijding
Vanaf de helft van de XIXe eeuw, vechten landbouwkundigen tegen de aardappelplaag met middelen die steeds verbeteren. Door de betere kennis van de Phytophthora infestans stelt men duidelijk een evolutie vast van de ziekte. Het toenemend en belangrijker commercieel verkeer van aardappelen bevordert de overdracht van nieuwe ziekten. De seksuele voortplanting, tamelijk nieuw bij Phytophthora in onze streken, verhoogt de agressiviteit van de schimmel.
De milieubewuste aanpak van de aardappelplaag gebeurt door het toepassen van zeer strikte hygiënemaatregelen. Deze bestaan uit het vernietigen van de vroege haarden (vernietiging van afval en opslag, het gebruiken van gekeurd pootgoed). Proeven, uitgevoerd gedurende de voorbije jaren, hebben het belang van de spuittechniek naar voor gebracht. Dikwijls is de hoogte van de spuitboom niet aangepast zodat de randen niet behandeld worden, ... Een beredeneerde behandeling gebeurt bovendien volgens waarschuwingen. Phytophthora ontwikkelt zich bij optimale temperatuurs- en vochtigheidsvoorwaarden. Door waarnemingen en meteorologische overzichten in de teelten uit te voeren kunnen wetenschappers met een zeer grote nauwkeurigheid de aantastingen van Phytophthora voorspellen en zo behandelingswaarschuwingen geven. In het kader van een milieubewuste teelt, raden wij sterk aan deze waarschuwingen te volgen.
De plaag is niet de enige ziekte die de aardappelteelt kan aantasten. Ook de bruine vlekken ziekte kan schade toebrengen. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel, Alternaria solani. De laatste jaren komt de aantasting van Alternaria in aardappelen steeds vaker voor. Rond augustus worden in eerste instantie de oudere bladeren aangetast, daarna volgt de rest van de plant.
Alternaria solani kan leiden tot een snelle afsterving van het loof (binnen 2-3 weken) en zelfs knolaantasting. Het gevolg is een te snel afsterven van de plant met opbrengst- en kwaliteitsverlies.
Rhizoctonia solani is een bodemschimmel die een groot aantal waardeplanten heeft en tot 8 jaar in de bodem kan overleven. De aanwezigheid van Rhizoctonia sclerotiën op de schil van aardappelen zijn een belangrijk probleem voor pootgoed en kan de oorzaak zijn voorweigering in de versindustrie. Deze aantasting kan ook gevolgen hebben op de kwaliteit van aardappelen.
Syngenta stelt 3 moleculen voor die bijzonder doeltreffend zijn tegen de plaag : mandipropamid (
REVUSTM), fluazinam (
SHIRLAN®) en metalaxyl-M (
FUBOL® GOLD).
Tegen Alternaria en Rhizoctonia biedt Syngenta
AMISTAR®, het specifieke product dat erkend is tegen deze ziekte.
| SCHEMA VAN ONZE FUNGICIDEN IN AARDAPPELEN |
| Pootgoedbescherming |
Planten |
AMISTAR® 3 l/ha rijbehandeling of 6 l/ha volleveldsbehandeling
|
| Bescherming van bladeren in volle groei |
Vanaf de opkomst tot periode van actieve bladgroei |
6 X REVUSTM 0,6 l/ha |
| Bij risico op (latente) infectie uit de knol |
Actieve bladgroei |
2X FUBOL GOLD 2,5 kg/ha |
| Blad- en knolbescherming |
Na de bloei |
SHIRLAN® 0,3 tot 0,4 l/ha + 2X AMISTAR® 0,25 l/ha |
Het gebruik van deze site veronderstelt het aanvaarden van de "Termijnen en voorwaarden". De informatie vermeld op deze site geldt als indicatie, Syngenta Crop Protection NV is niet aansprakelijkheid voor evenutele fouten of onjuistheden. We verzoeken u om steeds aandachtig het etiket te lezen en de gebruiksvoorwaarden nauwkeurig op te volgen vooraleer het product toe te passen. Syngenta Crop Protection NV is ter beschikking voor bijkomende inlichtingen.
Specifieke Informatie
Zoek uw informatie per product, actieve stof, gewas of behandeling.