You are here

Teeltinfo snoeptomaat week 3

Glasgroenten
15.01.2015

Actuele situatie

Januari 2015

December was een teleurstellende maand qua lichthoeveelheid in de Benelux. Ondertussen is de maand januari ook reeds slecht ingezet. Vooral begin december kwamen we duidelijk licht tekort waardoor de gerealiseerde etmalen zeer laag uitvielen. De plantingen na kerstmis hadden het makkelijker daar de hoeveelheid licht die week boven het meerjarig gemiddelde uitsteeg. Voor de vroegere planters is hierdoor het eerste bloeimoment vertraagd en wat lastiger verlopen. De latere planters zitten op schema. De buitentemperatuur is niet al te koud maar is duidelijk lager t.o.v. vorig jaar. Vorig seizoen hebben we nauwelijks vorst gekend in de winter. Bekend is dat een geënt/getopte plant een minder sterke tros geeft dan een 1-op-1 geënte plant. Geënt/getopte planten geven in combinatie met weinig licht sneller problemen op de tros mits het etmaal hier niet wordt op aangepast. Dit jaar zijn er ruim proeven opgezet met planten waarbij er getopt is op het derde blad. De onderste scheut is bij de plantenkweker verwijderd waardoor hij terug op twee koppen staat. De afgeleverde planten hebben meer volume en iets meer overschot dan op het tweede blad getopte planten. Dit type plant kan vaak iets meer temperatuur verdragen maar moet met nog meer dag/nacht verschil geteeld worden om zijn vegetatiever karakter om te zetten in generativiteit. Voor de generatievere rassen als Sweetelle en Bamano kan dit misschien voordelen hebben? Voor Angelle en Babeno raden we het echter af. Tegen de oogst kunnen we meer zeggen of het een stap voorwaarts is.

Voor het derde jaar op rij zien we geënt/getopt met drie koppen uitbreiden. Voor de januari planters is dit een oplossing om sneller op een hogere kopdichtheid te starten waardoor de teler rond week 10 nog een maal een extra scheut moet aanhouden om op eindafstand te komen. Dit werkt veel prettiger, plantbalans is makkelijker te maken en vroege productie is hoger. Toch blijft het opletten dat we geen te grote planten afnemen van de plantenkweker omdat dit eerder een zwakkere tros oplevert. Ga direct na het planten aan de slag met een groot dag/nachtverschil en start zeker niet met te hoge etmaaltemperaturen. Dit zorgt voor een sterke eerste tros wat zeker zijn voordelen heeft.

Klimaat
In Nederland wordt er weer veel gewerkt met een plastic foliescherm onder het beweegbaar scherm. Door het zachtere weer van de afgelopen tijd zien we dat het plastic al snel vochtiger begint te worden. Heel wat telers hebben al gaten moeten bijmaken of kieren moeten trekken in het plastic. Door in temperatuur te pieken overdag kan de lucht meer vocht bevatten en zal het vocht deficit groter worden. Tot en met het begin van tros 4 mag er nog gerust generatief gestuurd worden. Werk hierbij zeker bij voldoende licht naar een piek van 26-27 graden. Op donkere dagen mag dit 21-22 graden zijn. Gewassen zullen met weinig plantbelasting nog snel op het licht reageren. De gewassen moet zeker iedere dag goed op kleur worden gezet. Zeker op lichte dagen mag de dag verlengd worden om de plant niet te vet te laten worden en om op snelheid te brengen. Een hogere dagpiek heeft nog een beperkte invloed op de etmaaltemperaturen daar de nachten lang zijn.

Reageer snel op lichte dagen. Hieronder hebben we dit proberen weer te geven in een tabel. Natuurlijk vraagt een sterk gewas meer etmaaltemperatuur dan een zwak gewas en is dit ook afhankelijk van de plantafstand.

Januari 2015

Werk in de ochtend met minder lichtinvloed dan in de middag. Dit voorkomt een broeierig klimaat. Bovendien geeft een hogere temperatuur in de ochtend onnodig meer rek en meer kans op langere trosstelen. Sweetelle en Bamano kunnen iets lastiger extra scheuten geven. Zorg ervoor dat je de week voordat je de scheut wil laten staan, iets teruggaat in temperatuur. Je kan dit doen door de dagtemperatuur gedurende een aantal dagen minder sterk te laten oplopen.

Etmaaltemperaturen
Het sterk ontwikkelen van de eerste tros is zeer belangrijk. Liever iets te traag, dan iets te snel in deze fase. In de huidige situatie met het weinige licht en zacht weer, komen de etmalen met geënt/getopte planten altijd lager uit in vergelijking met vorig jaar. Vaak praten we op dit moment over 15,5 tot 16,5 graden etmaal bij snoeptomaten. Bij tros drie en vier moeten we sterk reageren op het licht. Natuurlijk speelt plantkracht en ontwikkeling hierbij een grote rol.

Vocht
Met koud weer is het vochtprobleem minder groot dan bij zachtere temperaturen. Zeker als de plantbelasting nog beperkt is waardoor gewassen snel kunnen vet worden op de stengel en de afbloei traag wordt. De kas dicht houden en alles omzetten in etmaal temperatuur geeft gerekte gewassen en een zwakke zetting. Ook de latere planters moeten met een iets hogere etmaaltemperatuur doorstoken maar het gewas niet "opblazen" in vocht. Kijk daarom de komende tijd kritisch naar het VD/RV overdag. Streven is dat dit overdag zakt onder de 75% RV of een vocht deficiet van hoger dan 3 tot 3,5. In de nacht mag het vocht zeker niet te lange tijd boven de 85-90% komen en het VD niet onder de 1,5 uitkomen. Belangrijk is hierbij de afvoer van het vocht langs het glas. Een groot verschil tussen onder het glas en boven het glas zorgt voor meer vochtafvoer. Het moment van openen en sluiten van het beweegbaar scherm speelt hierbij een grote rol. Vroegtijdig openen zorgt voor meer condensafvoer (en minder last van vochtig scherm). Pas op met het te vroeg dichtgaan van het scherm waardoor de afkoeling naar de voornacht te traag zou kunnen gaan. Een mogelijkheid is om het scherm in de namiddag eerder te sluiten om temperatuur goed te kunnen realiseren, maar in de voornacht weer tijdelijk te openen. Een kier in het scherm kan hierbij helpen, maar vaak zorgen grote kier in het scherm voor meer ongelijkheid in temperatuur. Overdag kan met luchten de verdamping gestimuleerd worden. Begrens wel bij plastic folies altijd de maximum raamstand. Begrens de windzijde bijvoorbeeld op 5 tot 10%, en de luwzijde op 30 tot maximaal 40%. Ga nooit luchten boven het plastic foliescherm op momenten dat het beweegbaar scherm kan dicht lopen. Dit voorkomt dat er folie tussen het oprolmechanisme kan komen, met alle gevolgen vandien.

Plantafstanden 
Hou rekening met de lichtdoorlatendheid van het glas. Het is niet logisch dat oude kassen met een lichtdoorlatendheid van amper 75% op dezelfde eindafstand telen dan nieuwere glastypes die tot wel 97% licht kunnen doorlaten. Advies is om in de oudere kassen tot maximum 4 tot 4,4 koppen/m2 te telen en in de lichtste kassen tot 5,1 koppen/m2 te gaan. De vroege planters maken in twee tot drie keer extra koppen bij. De latere januari planters doen dit meestal in een keer. Iets meer ruimte in het voorjaar zorgt makkelijker voor meer vertakte trossen en voor meer grofheid. Grofheid blijft belangrijk voor de productie maar ook voor de oogstprestaties. Bij vegetatieve groeiers als Angelle en Babeno is dit eerder een voordeel! 

Watergift
Naast het plantgat beheersen heeft naast het generatiever sturen ook het voordeel van een goede inzage of de druppelaars nog wel uniform water afgeven. Met weinig gietbeurten zijn de afgifteverschillen vaak groter dan verwacht. Goed controleren is de boodschap. Vaak kan in het begin worden volstaan met maximaal een beurt per dag. Belangrijk blijft om in de middag geen beurt te geven zodat we de planten goed op kleur krijgen. Bij een beurt of na inworteling is het aan te raden om de gift te verplaatsen naar de avond. Bij twee beurten kan er gekozen worden voor een beurt in de ochtend en een in de avond. Let wel op dat kleine beurten ook meer ongelijkheid kunnen geven. Een iets grotere beurt van bijvoorbeeld 150 tot 200cc per pot geeft dan soms wel iets meer vocht onder de pot, maar voorkomt ongelijkheid tussen de potten onderling. Planten op het plantgat kan vanaf eerste of tweede tros bloei. Zorg vooral dat de aansluiting van pot/mat goed blijft. Na inwortelen kan de gift weer teruggebracht worden naar een beurt per nacht. Intering van de mat mag hierbij max 2% per dag bedragen en laat de mat niet droger worden dan 50-55% (let op een juiste meting). Druppel-Ec mag vanaf start ingesteld worden op minimaal 4,0Ec. Na de 4e tros mag er weer iets vlotter worden gegoten en mag er ook weer iets drain gerealiseerd worden. Laat ter controle altijd een monster van het druppelwater nemen om te kijken of alle voedingselementen (vooral ook sporenelementen) aanwezig zijn. Ieder jaar zien we hier toch vaak (kleine) foutjes in. Bovendien doet een plant vrij lang over de 1e bakvulling. Ook kunnen we iets generatiever sturen door bij de start van de teelt te werken met een lagere NO3-gift. Laat de waarden in de analyse niet lager uitkomen dan 12-14mmol. 

Bioline

Leg reeds vanaf de start een goede basis voor de biologische bestrijding!

Voor een goede aanpak van plagen in de kas is het belangrijk om vanaf de start van de teelt een aantal zaken op te volgen. Een aantal plagen zoals witte vlieg, Tuta Absoluta en spint, kunnen immers reeds vroeg in een nieuwe teelt verschijnen indien ze op het einde van de teelt van 2014 nog op een bepaald niveau in de kas aanwezig waren. Hier volgen een aantal tips om een goede start van de biologische bestrijding te garanderen:

Witte vlieg 
Start onmiddellijk met monitoring via gele vangplaten om de eerste witte vlieg zo snel mogelijk te dedecteren. Vanaf de eerste witte vlieg wordt opgemerkt, is het belangrijk om zo snel mogelijk Encarline f te introduceren, goed verspreid over de kas. De beste plaats om Encarline f op te hangen is in de bovenste helft van de plant, zo'n 50 -100cm onder de kop.

Terwijl Encarline f ervoor zorgt dat de eerste witte vliegen onder controle worden gehouden, is het belangrijk om zo vroeg mogelijk in de teelt te starten met Macroline p-introductie. Telers die nog een insecticide hebben gespoten om een schone start te maken, of om de eerste Tuta's te verwijderen, houden best een veilige periode van 14 dagen aan voor ze Macroline p inbrengen. Bij de meeste telers kan deze introductie vanaf week 4-6. Voor een goede opbouw van Macrolophus is de start cruciaal. Dit is een bestrijder die een zeer belangrijk onderdeel vormt van de biologie in tomaat, een goede aanpak en goed bijvoederen gedurende de eerste maanden na introductie is nodig om een goede basis te leggen voor de rest van het seizoen.

Het voeder dat Bioline adviseert, Bugfood E, bestaat daarom voor de helft uit Ephestia. Dit is een hoog kwalitatieve voedselbron, die ervoor zorgt dat Macrolophus beduidend meer eieren legt dan met een minder kwalitatieve voedselbron (vb: 100 % Artemia) of dan wanneer hij zich enkel met plantsap kan voeden. Ook de overlevingskansen en de ontwikkelingsnelheid van de nimfen neemt zichtbaar toe, waardoor sneller een populatie in de kas gevormd wordt. We adviseren daarom om gedurende 8 weken bij te voederen in de introductierijen. Op dat ogenblik verschijnen de eerste volwassenen, deze kunnen zelfstandig op zoek naar voedsel in de kas, en zullen zich op deze manier ook verspreiden.

Tuta Absoluta
Ook in de strijd tegen Tuta Absoluta is het belangrijk om vanaf het begin van het seizoen goed te monitoren. Dit kan door een aantal deltavallen met een specifiek feromoon in de kas te hangen. Een hoeveelheid van 3-4 vallen/ha is voldoende indien de vallen voornamelijk dienen voor monitoring en de aanwezigheid of toename van Tuta op te volgen. Wanneer de vallen dienen om Tuta weg te vangen, is een dubbele hoeveelheid aangewezen. Het ophangen van deze vallen en feromoon kan ook best zo snel mogelijk gebeuren. Vaak komen nog wat Tuta poppen van de vorige teelt uit na opwarming van de kas, het is belangrijk om te weten over welke aantallen dit gaat en op basis daarvan te beslissen of een correctiebehandeling nodig is.

Spint
Spint is op dit moment nog geen probleem. In kassen die in 2014 echter een hoge spintdruk hebben gehad, is voorzichtigheid echter wel aangewezen! Spint verstopt zich in het najaar makkelijk in de kasopstanden en verschijnt opnieuw kort na het opwarmen van de kas. Deze spint kan vanaf eind februari-maart reeds de eerste haarden veroorzaken. Op dat moment is Macrolophus nog niet voldoende op peil om dit te controleren en is het belangrijk om voldoende alert te zijn en de haarden zo vlug mogelijk te detecteren. Afhankelijk van de voorkeur kan dan Phytoline p worden ingezet of plaatselijk chemisch worden gecorrigeerd.

Diversen 
• Zorg dat de planten na thuiskomen direct goed verdeeld worden op de rij. Licht in deze tijd is belangrijk.
• Zorg bij meer bloei voor voldoende hommels, controleer de bevlieging dan ook regelmatig. 
• Let bij het koppen bijmaken goed dat de stengels voldoende uithangen voor de verdeling. Kop na de splitsing vastzetten bespaart werk, maar let wel op voor het doorknikken. (tijdig vastzetten). Moederplant voorop. 
• Controleer de alarminstellingen eens en kijk ook of de CO2 op de juiste manier en goed wordt gemeten in de kas. Kijk hierbij ook naar doseertijden.

Tot slot wensen we iedereen nog een gezond en succesvol 2015 toe!
De volgende teeltinfo kunnen jullie verwachten in week 7.