You are here

Bijen en gewasbescherming

In de afgelopen jaren is er in meerdere landen een hogere wintersterfte van bijen opgetreden. Dit is zorgwekkend omdat de bij een hele belangrijke rol heeft in de bestuiving van bloemen en planten, in de natuur maar ook in de land- en tuinbouw. Gelukkig hebben bijen het vermogen om zich te herstellen en wordt ’s zomers, door de natuurlijke toename van het aantal bijenvolken, de wintersterfte weer gecompenseerd. Toch is een hoge wintersterfte niet gewenst en is het nodig om de oorzaken hiervan te vinden en aan te pakken. Inmiddels is er een brede overeenstemming over het feit dat deze wintersterfte verschillende oorzaken heeft. Het gaat hierbij vooral om de ziekten en plagen die de bijenlarven in de bijenkasten bedreigen, het gebrek aan voedsel door een eentonig landschap en de mogelijke invloed van gewasbeschermingsmiddelen.
 
Gewasbeschermingsmiddelen
Bij de factor gewasbeschermingsmiddelen wordt er met name gekeken naar de neonicotinoïden. Van deze groep is vanaf het begin bekend dat zij giftig is voor bijen. Hierbij is bij de ontwikkeling natuurlijk zorgvuldig rekening gehouden en mogen deze alleen gebruikt worden in toepassingen en op toepassingswijzen die de blootstelling van bijen aan het product voorkomen. Hierdoor worden de voordelen van een uitmuntende bescherming van de gewassen tegen insecten gecombineerd met het voorkomen van schade aan bijen. Gedurende de 15 jaar dat deze middelen nu in Nederland gebruikt worden, is er dan ook geen enkel geval geweest waarbij het gebruik van een neonicotinoide in de land- en tuinbouw heeft geleid tot schade aan bijen en wintersterfte.
 
De Europese Commissie heeft er voor gekozen om, vanuit een voorzorgsprincipe, het gebruik van een drietal neonicotinoïden te beperken: thiamethoxam, imidacloprid en clothianidin. Per 1 december 2013 mag deze groep gewasbeschermingsmiddelen voor de duur van twee jaar niet worden toegepast in  een aantal gewassen die voor bijen aantrekkelijk zijn. Verder geldt  een totaalverbod op particulier gebruik. Het gaat hierbij om toepassingen/behandelingen voor zaad, bodem en blad.
 
Syngenta is van mening dat  het tijdelijke verbod op grond van het voorzorgsprincipe niet juist is. Er is immers heel veel bekend over de neonicotinoiden en de beslissing gaat ook voorbij aan een overvloed aan bewijs uit de praktijk dat deze gewasbeschermingsmiddelen bij juist gebruik geen schade doen aan bijen. Veel landbouwers wordt op deze manier een innovatieve en veilige vorm van gewasbescherming ontzegd en zij zullen andere middelen inzetten om hun gewassen te beschermen tegen insecten, die mogelijk meer risico’s voor bijen inhouden. Michael Kester, algemeen directeur Benelux daarover: “Het ontwikkelen van een gewasbeschermingsmiddel gebeurt zeer zorgvuldig. Het kost tien jaar onderzoek voordat het toegelaten wordt. Daarbij wordt ook onderzoek gedaan naar de schade voor bijen. Uit dat onderzoek is gebleken dat indien ons middel thiamethoxam op een correcte wijze wordt toegepast als zaad- of bladbehandeling er geen problemen te verwachten zijn ten aanzien van de schadelijke effecten op bijen.”
 
Andere belangrijkste oorzaken bijensterfte
Uit talloze documenten en onderzoekresultaten blijkt dat een van de belangrijkste oorzaken van de bijensterfte in de winter de Varroa-mijt is. Ook gezaghebbenden instituten en wetenschappers komen tot die conclusie. De Varroa-mijt vreet de bijenlarven aan en brengt ook ziekmakende virussen over. De Varroa destructor-mijt komt in de meeste bijenkasten over de hele wereld voor. Ook in Nederland duikt hij op grote schaal op. Professionele imkers bestrijden deze schadelijke parasiet effectief. Zij hebben dan ook niet of nauwelijks last van winterbijensterfte. Een andere oorzaak is het gebrek aan biodiversiteit. In stedelijke - en landbouwgebieden staan steeds minder bloemen waardoor er veel minder voedsel voor bijen beschikbaar is.
Met haar programma Operation Pollinator levert Syngenta een proactieve bijdrage aan het bevorderen van biodiversiteit.
 
Meerjaren-actieprogramma-bijengezondheid
Staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma heeft aangegeven te willen komen tot een meerjaren-actieprogramma-bijengezondheid, waarin alle aspecten rond bijensterfte aan de orde komen: ziekten en plagen bij bijen, hygiëne, biodiversiteit, opleiding van imkers en gewasbeschermingsmiddelen. Omdat Syngenta als directbetrokkene veel belang hecht aan bestuivende insecten , steunen wij het voorstel van de staatssecretaris. Syngenta zal dan ook van harte participeren. Daarnaast doet Syngenta onderzoek, conform het nieuwe onderzoeksprotocol voor gewasbeschermingsmiddelen en risico’s voor bijen en andere bestuivers, om de door EFSA geconstateerde leemtes in het thiamethoxam-dossier aan te vullen. Het doel is om hiermee, na twee jaar moratorium, zo snel mogelijk de restricties op te kunnen heffen.
 
Wat betekent dit voor de thiamethoxam-toelatingen in Nederland?
Het besluit betekent voor Nederland dat ruim 150 toepassingen hun toelating (tijdelijk) gaan verliezen en dat er onder meer problemen zijn te verwachten bij de bestrijding van ritnaalden in maïs, de bestrijding van schadelijke kevers in erwten en bij de luizenbestrijding in diverse gewassen.
 
Voor meer details over de gevolgen van het verbod in Nederland klik hier.