You are here

Het kiezen van het juiste ras is als dansen op een slappe koord

Glasgroenten
Syngenta Ebrando

‘Teeltadviseur’ staat er op het naamkaartje van Paul Baeyens uit Ravels. Hij is kind aan huis bij een groot aantal tomatenkwekers. Hij helpt hen met neutraal advies rond de keuze van het juiste ras, de klimaatsturing, de gietstrategie en alle andere dingen die de productie kunnen verbeteren.

Paul is dus ideaal geplaatst om verschillende rassen met elkaar te vergelijken. Zeker omdat hij gespecialiseerd is in tomaten. “Er zijn zoveel verschillende rassen dat zelfs dat al heel wat inspanning vereist. In het segment van de standaardtomaten is Ebrando een zeer goed alternatief. Ik adviseer regelmatig Ebrando aan mijn klanten. Het is een sterk ras dat uitermate geschikt is voor tuinders die nog een lage serre hebben. Dat maakt dat bijna alle telers er erg tevreden over zijn.”

Het kiezen van het juiste ras is vaak dansen op een slappe koord.

Volgens Paul komt het er op aan om de juiste balans te kiezen tussen kwaliteit en productiviteit. “Met tomaten van hele hoge kwaliteit die weinig opbrengst hebben, betaal je geen facturen. Langs de andere kant mag je ook niet verlegen zijn als je buurman eens een kistje tomaten komt halen.” Paul luistert naar de wensen en de noden van de telers maar probeert toch zijn visie mee te geven. “Als een teler mij carte blanche geeft, dan kies ik steeds voor zekerheid op het vlak van rendement. Speciale rassen blijven op dat vlak altijd een riskante aangelegenheid. In de ‘bulkproducten’ probeer ik echter wel de betere rassen aan te bevelen. De betere smaak die toch nog een relatief hoge productie geeft. In dat opzicht geef ik de teler het advies om voor Ebrando of Epundo te kiezen. Twee smaakvolle tomaten.”

In België gaat de invoering van nieuwe rassen volgens Paul Baeyens een stuk trager dan in sommige andere landen. “Dat komt omdat je eerst toelating moet krijgen om een bepaald ras binnen een segment te mogen kweken. Er zijn in ons land 3 proeftuincentra waar men alle gegevens van alle rassen bijhoudt.”

Alhoewel er natuurlijk vooral naar de productie van een ras wordt gekeken, merkt Paul dat voor sommige telers de relatie met het zaadhuis meespeelt bij de keuze van de teelt. “Er is veel concurrentie maar toch houden sommige telers vast aan de rassen van een huis dat ze al langer kennen en waarin ze hun vertrouwen stellen. Als er een goede verstandhouding is, dan zal de teler waar met graagte blijven samenwerken. Het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Een teler zal het zaadhuis beoordelen op zijn prestaties en diens producten. Maar een teler legt zijn oor ook te luisteren bij zijn collega’s. Nu feit is wel dat geen enkel ras volledig perfect is. Elke tomaat heeft zijn voor- en nadelen. De ervaring van een teler met een ras speelt vaak een grote rol in het succes ervan.”

“En wat dan met de TCC14533?”, willen we nog vlug weten van teeltadviseur Paul.

Die resultaten zien er veelbelovend uit. Ik zie er op termijn wel de opvolger in van de Ebrando.